Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Boom < Boom, van de / den / der
Bom
Boomsma
Boom, de
Hoogenboom

varianten en/of samenstellingen:
Baum, Böhm, Böhme, Bohms, (Bom, De Bom, Van der Bom), Bomius, Aan den Boom, De Boom, Ten Boom, Van Boom, Van de/den/der Boom, Te Boome, Van den Boomen, Boomkens, Boomman, Booms, Boomsema, Boomsma, Boomstra, De Lange Boom, Verboom, Voogd Boom.
Mogelijk afgeleide vormen: Beumer, Beumers, (Ten) Böhmer, Böhmermann, Böhmers, Bohmert, Bomars, Bomer, Bömer, Bomers, Bömers, Bomert, Bomaars, Boomaerts, Boomars, Boomer, Boomers, Boomert, Boomker.
Met 'boom' samengestelde naamvormen in volgorde van kwantiteit anno 2007 met meer dan 100 naamdragers: Hoogenboom, Slotboom, Borsboom, Lindeboom, Neuteboom, Peereboom, Notenboom, Boerboom, Kieboom, Roseboom, Hogenboom, Hoogeboom, Rozeboom, Eikelboom, Meijboom, Eikelenboom, Noteboom, Groenenboom, Van den Kieboom, Tolboom, Sparreboom, Akerboom, Bosboom, Eijkenboom, Slagboom, Sturkenboom, Hogeboom, Roozeboom, Nooteboom, Pereboom, Pruijmboom, Bolleboom, Boomkamp, Haalboom, Ekkelboom, Roosenboom, Nootenboom, Eijkelenboom, Rosenboom, Eijkelboom, Kerseboom, Kwekkeboom, Peerboom, Talboom, Boomgaard, Boereboom, Rooseboom, Huijboom, Storteboom, Holleboom, Beukeboom, Esseboom, Rozenboom, Peerenboom, Denneboom, Appelboom, Van den Boomgaard, Bierbooms, Hoenderboom, Ganzeboom, Dikkerboom, Schuddeboom, Dikkeboom, Runneboom, Pruimboom, Eikenboom, Meiboom, Veldboom, Jongboom, Kersseboom, Schierboom, Tweeboom, Overboom, Peerbooms, Oldenboom, Vuurboom, Roozenboom, Hulsenboom.