Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Boom < Boom, van de / den / der
Bom
Boomsma
Boom, de
Hoogenboom

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Olivier Boem 1398; Stasse de Boem, Waregem [WFB].
• Pieter Cornelisz Boom, aangeslagene bij de capitale impositie van 1585 te Amsterdam. Zoon van Cornelis Boom, lijndraaier en scheepsbouwer op de Lastage. Naar hem is de Boomssloot genoemd [Dillen van-1941, p 4].
• Jan Andries Wouters Boem (Boom), ovl. Oisterwijk 1604 [De Bakker-2004, p 70].
• [C.J.A. Boom, Kwartierstaat van C.J.A. Boom, z.p. z.j.].
• Barend Joseph Boom, liet (evenals twee broers) deze familienaam in 1811-12 in Amsterdam registreren; vader van Salomon Jozef Boom (Amsterdam 1837-1911) [Rob Boom, 'Sallie Boom, een rebel', in: Misjpoge 15 (2002), nr 2, p 33-37].
• [vgl. Schoonheim & Pijnenburg-1995, p 73].
• Boom: BN naar de grote, flinke gestalte. Of verkort uit van den Boom. 1594 Jan de Boom, Aardenburg (VAN VOOREN 24).   [WFZ]
• Zie BOOM in het Vroegmiddelnederlands woordenboek [VMNW].

afkortingen en bibliografische notaties: