Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Alting < Altink
Elting
Alt
Alting Siberg
Alting von Geusau

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Menso Alting, bijgen. Bettinge, geheimraad van Reinoud III van Gelre, geb. 1325. Menso Alting (1384-1454), voorouder van de bekende hervormer Menso Alting (Eelde 1541-Emden 1612) [NNBW I].
• Clawes Altyng, te Exloo ca. 1450; Jacob Altinges, te Zuidlaren [Schattingslijst Drenthe ca. 1450, p 69, 70].
• Wubbe Altinck (ca. 1530-ca 1588) bezat het erve Altingh te Ellersinghuizen (Vlagtwedde). Nakomeling Nanne Hindricks Altingh (1701-na 1758), was de laatste met deze naam die hier woonde [Wegman-1994, p 264].
• Herman Altinge was in 1550 pachter van het Altinge-goed te Anderen; 1383 Altinge-guet [Anderen-1998, p 215, 250].
• Roelf Geerts Alting (Onstwedde 1783-Emmen 1849) [G. Sandee-Maarsingh, 'Woar bist doe aine van? Kwartierstaat van G. Sandee-Maarsingh', in: Ts. Westerwolde 27 (2006), nr 1, p 12-13].
• Cat. CBG:
- [M.F. Niezing & E. von Reeken, Familiekroniek van Menso Alting (1541-1612) en dr. Hendrik Alting (1583-1644), Apeldoorn 1984].
- [E. von Reeken, Familie-aantekeningen van de Embder predikant Menso Alting (1541-1612) en zijn zoon, professor in de theologie, Dr. Hendrik Alting (1583-1644), z.p. z.j.].
- [H.P. Schaap, De Reformator Menso Alting, en onze afstamming uit het oud-Drentse geslacht Alting, Assen 1959].
- [W.J. Formsma & R. van Roijen, Diarium van Egbert Alting 1553-1594, Rijks Geschiedkundige Publicatiën, Grote serie 111, 's-Gravenhage 1964].
- [Kwartierstaat Koos Roelfsema en Martina Roelfsema , deel III, Zwolle 1990].
- [Kwartierstaat Siertsema, Assen 1958-66].
• Alting:  Patr. Afl. van Germ. VN met ald "oud". Aldingus (MORLET I).  [WFB2]
• Alting: Patr. Afl. van Germ.naam met ald `oud', bv. Altbertus, Altbrandus, Altfridus.   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: