Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Verweij (y)
< Weide, van der < Weiden, van der
Weijde, van der (y)
Weidema
Weide
Weit, van der

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• [Palmboom-1992, p 344].
• Dirc van der Weyde [Leenmannen Utrecht 1379, p 55].
• De naam Van der Weide is behalve een adres- ook een beroepsnaam. Als zodanig aangetroffen bij een slagersfamilie medio 18e eeuw in Leeuwarden (in het Fries Museum: geschilderd reclamepaneel van Nicolaas Ottes van der Weide met afbeelding van zelf geweide gilde-os, anno 1752). De naam is over- en aangenomen begin 19e eeuw door Jacob Jans uit Wirdum onder Leeuwarden en zijn Leeuwarder neef Gerben Sjoukes, beide slager/vleeshouwer. De naam duidt hier op het zelf eerst 'in de weide' gedaan hebben van geslacht vee: een predicaat van betrouwbaarheid [Sybold van der Weide, Van der Weide: een evergreen! Al ruim 250 jaar, 1994; zie hieronder als bijlage de afbeelding van het reclamepaneel betreffende de geweide en geslachte os van Nicolaas Ottes van der Weide uit 1752 dat in de Waag van Leeuwarden heeft gehangen].
• Jacob Jans van der Weide (1773-1847) [S. van der Weide, Genealogie van de familie Van der Weide, Amersfoort 1987; vgl. Med. CBG 41 (1987), nr 4, p 11].
• [Sybold van der Weide, De familienaam-atlas. De verspreiding van onze familienaam Van der Weide in Friesland en in Nederland van de 18de eeuw tot nu toe, Amersfoort 1997].
• Willem van der Weide, geb. Hoogeveen 1837; zoon van Harm Huisjes van der Weide (Hoogeveen 1806-Hollandscheveld 1891); zoon van Willem Jans van der Eide & Janna Harms Huisjes (dochter van Harm Jans Huisjes) [Reinder Sanders, 'Kwartierstaat van Hermannes Lucas Gritter', in: De Posthoorn Slagharen 20 (2010), nr 1, p 11-15].
• Wee, van de(r); van der Vee, van der Weeden, van de Weide, van der Weide(n), van der Wey, (van der) Weij/Weyde(n), van der Wijden, van der Weij(en), van der Weye(n), Weyen, van der Wee(ë)n, van der Weehe, Verwee, Verwé(e), Verween, Verwey(en), Verweij(en), Wee, Wei, Wey, Vervey:  Verspreide PlN ter Wee(de), Weide: wei(de). Vaak de gemene weide. 1376 Hannin van der Wede, Ip. (BEELE); 1369 van Peroten van der Weede; 1398 Clais van der Weide, Geluwe; 1393 Ihan van der Wede, Ktr. (DEBR. 1970); 1575 Hendrik Verweyen, Berck-Aw. (AP).  [WFB2]
• Weide, van der; van der Weijde(n), van der Weij, in de Weij, Verwei, Verweij, Verwij, Verwee: Verspreide PlN ter Weide, Wee(de) `wei, weide'. Vaak de gemene weide. 1369 van Peroten van der Weede; 1398 Clais van der Weide, Geluwe (DEBR. 1970); 1423 Lysebette vander Weyde, Sluis (PARM.);1575 Hendrik Verweyen, Berck-Antwerpen (WF); 1630 Hugo Verwey, Waarder (DM).   [WFZ]

bijlage:
Nicolaas Ottes van der Weide, 1752.

afkortingen en bibliografische notaties: