naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
| • "De naam is afgeleid van het Middelnederlands troye, dat de betekenis trui of wambuis had. Een troyer moet een vervaardiger of verkoper van truien geweest zijn" [Wim van Gompel, 'Waar komen onze achternamen vandaan? De Troyer (19)', in: De Schééper 14 (2002), nr 52, p 10]. |
| • Troyer, de; de Troijer, de Troeyer, de Truyer, Truyers, Truijers, Trouwers: 1. Afl. van Mnl. troye: trui, wambuis. BerN van de truienwever of -verkoper. 1396 Wouter de Troeyere, Haaltert (DE B.). Vgl. 1348 Albert Troyenstickere, Stralsund (NN). — 2. De gen.-vormen kunnen Patr. zijn: Germ. VN thrûth-hari "macht-leger": Trudharius (MORLET I). [WFB2] |
|
afkortingen en bibliografische notaties:
|
|