Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Roos
< Roos, de < Rooze, de
Roosz, de
Reus, de

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Henrick dye Rose offte Kremer, zoon Willem dye Rose of ter Hege, vervolgens Henrick ter Hege, waarboeken Zutphen vanaf 1592 [Galema-2000, deel 1, p 46].
• Klaes Willems de Roos, sedert 1729, van Leeuwarden, ovl. 1772 [Faber-1994, p ?].
• Anthonij de Roos, geb. Lugano (Zwitserland) ca. 1675, Veghel ca. 1700 (geb. van 'Logang'), enz. [A.J.M. Hoevenaars, Familie De Roos uit Noord-Brabant, Rijen 1995; vgl. Genealogie-CBG 3 (1997), nr 1, p 16].
• Antonij de Roos (Roose, de la Ros), geb. Lugano (Zw.), ovl. Veghel 1730 [A.J.M. Hoevenaars, 'Vragenrubriek: De Roos', in: GN 49 (1994), p 455].
• Anne de Roos, schoenmaker, nam deze naam in 1811 te Grouw aan; zoon van Jan Jacobs & Jitske Annes. In Hallema-1946, p 43, noemt een schoenmaker zich La Rose. Ivm. een roos van band of lint als een bekende schoenversiering (vgl. WNT kol. 1320)? [Hoekema-1975, p 274].
• Roos, de; de Ro(o)se, de Rooze, de Ros:  1. BN naar de huisnaam. 1604 Jan de Rose = 1605 Jan inde Roose = 1611 Jan Roos(en), Aarts. (MAR.). Zie ook Roose 1. — 2. In het land van Asse is De Roos een reïnterpretatie van (de) Raes. 1683-1742 Judocus (de) Raes = de Roos, Mazenzele-Mollem; 1804 J.B. de Roos = 1808 J.B. Raes (vader van) 1804 Pierre de Roos, Oppem (VS 1995, 467-482).  [WFB2]
• Roos, (de); Roose, (de) Rooze, Rosen, Roozen: 1. BN naar de huisnaam. 1337 Volkeren uten Roosen, Gent; 1612 Jan Roose = 1605 Jan inde Roose tAntwerpen (WF); 1475 Cornelis Roose, Aardenburg (VAN VOOREN 1970). ­ 2.Metr. VN Rosa. 1341 Jhan Rose, Saaftinge Z (DEBR. 1999).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: