Nederlandse Familienamenbank |
| Rooij, de (y) | < |
Roo, de Rooij, van (y) Rooijmans (y) Rooijen, den Roij, de (y) |
naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
| • Roelf die Roede, ivm. land te IJsselstein [Leenmannen Utrecht 1379, p 34]. • Egidius die Roy, Sint-Oedenrode 1431 [Schepenen Sint-Oedenrode 1311-1550, p 55]. • Adriana de Rooy, ged. Zesgehuchten NB 1805 < Hendrik Martens de Roy < Martinus Hendriks van Roij, enz. [Boogaard van den-1982, p 292]. • R.E. de Rooij, geb. Amstelveen 1954; nakomeling van Jan Danielszn de Rooij, huw. Delft 1707 ['Wapenregister', in: Jb. CBG 50 (1996), p 271]. • Een Vlaamse stamboom De Roije begint met Jaecks de Roije, ovl. ca. 1580, procedeerde in Roijhoek te Vrasene; vader van Cornelis de Roije, schepen van Vrasene 1606 [Leo Lindemans, 'Oude geslachten in het Land van Waas', in: Annalen KOKW 102 (1999), p 211]. • Voorouder van een familie De Rooij: Peter Bastiaens de Roij, geb. 's-Grevelduin-Capelle 1634; zoon van Sebastiaen Peters de Roij ['Wapenregistraties Nederlands College Heraldiek', in: GN 73 (2018), nr 6, p 366]. • Cornelis de Rooij (Tilburg 1762-1819); zoon van Adriaan de Rooij [Anton van Dorp, 'Petrus en Johannes Pulskens, zoons van een welgesteld boerenechtpaar uit Enschot, die beiden pastoor werden', in: De Kleine Meijerij 65 (2014), nr 1, p 2-20]. | |
| • Ro, de; (de) Roo, de Rho, Derho, (de) Rode, de Rood(e), Rood(en), de Roy(e), de Roij(e), de Rooij, de Rooy, de Roey: 1. BN De Rode, naar het rode haar. Vgl. Rossel. 1220 Walterum Rufum (DEBR. 1980); 1277 Hannekin Rode, 1326 Jan de Rode, Ip. (BEELE); 1398 Gillis de Roede, Moen (DEBR. 1970); 1487 Olivere de Roeye, Edegem; 1520 Jan de Roij, Kontich (SELS). — 2. De Ro(o) evtl. < Deroi, Deroy. [WFB2] | |
| • Roo, de; Roode, (de) Rooij: BN `de rode', naar het rode haar. 1326 Jan de Rode, Ieper (BEELE); 1381 Lijsbette Jans Sroden, Ossenisse (DEBR. 1999); 1472 Cornelis de Roo, Aardenburg (VAN VOOREN 30). [WFZ] |
|
afkortingen en bibliografische notaties: |
|
