Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Nuijten (y)
< Nuijen (y) < Nuijens (y)
Nuij (y)
Noijen (y)

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Nuij/Noij als voornaam-patroniem: Noy Evertsen (Ermelo 1707-1779); vader van Jan Noijen (Ermelo 1744-1804); vader van Nuij Bos(ch) (Ermelo 1774-1828), die in 1812 de naam Bos aannam [Markus van-1994, p 20].
• Gerard Nuijen (Neuij) (Lent 1753-1832); zoon van Wilhelmus Neuij, geb. Haalderen 1723 [Willem Rasing, 'Hentje Nuij, de kapper', in: Ganita Mare 24 (2017), nr 1, p 22-25; met kwartierstaat].
• Noudens, Nouwen(s), Nauwen(s), Nowens, Nuewens, Neuen(s), Noijdens, Noydens, Nooijen(s), No(o)yens, Noijen(s), Noyen(s), Noeyens, Noeijens, Noye, Nauyens, Nuydens, Nuyen(s), Nuijen(s), Nueys, Nuijes, Neujens, Neuyens, Nijdens, Nydens, Neyen(s), Neij(e)ns, Nijen, Neyns, Neins, Nyns, Nijns, Neyes, Naeye, Naeije, Naeyé, Nay(e):  Patr. De Mnl. grondvorm is Noudin, vleivorm van de Germ. VN Arnoud. De l in Arn(w)old werd gepalataliseerd > Noid; vgl. de Mnl. dichter van het Esopet: (Calfstaf ende) Noidekin. Door palatalisering en ontronding verschoof oi verder tot ui/ei (vgl. Boudens, Boydens, Buyens, Beyens). De intervocalische d werd gesyncopeerd en werd een glijder w (Nouwens) of j (Neujens). 1326 Jan Arnoudin; 1326 Jan Noydin, Ip. (BEELE); 1340 Pieter Noydins zone; Wouter Neydins sons lant, Saaftinge (DEBR. 1999); 1394 Gielijs Noydens; 1406 Jan Noyens; 1406 Peter Nouwen Arts zone, Aw. (ANP); 1427 Neuhins, 1532 Neuens, Nuyens, Nayen, Neyden, Lv. (LIND.); 1569 Guilhelmus Nijns, Lv. (HENNO). Zie ook Noye.  [WFB2]

afkortingen en bibliografische notaties: