Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Lockefeer < Lockefeir

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• "In rederijkerskringen is Gideon Lokefier (voor 1598-1644) geen onbekende ... We komen hem voor het eerst tegen op een rederijkersfeest te Rotterdam in 1598. Hij is factor, artistiek leider, van de kamer van Maasland." In 1614 factor van de Delftse kamer 'De Rapenbloem' [In: Kroniek. Orgaan van de Historische Vereniging Rijswijk (1985), nr 5, p 81; met verwijzing naar het betreffende boek van de auteurs: F.C. van Boheemen & Th.C.J. van der Heijden, De Delftse rederijkers "Wij rapen gheneucht", Amsterdam 1982, p 119-122].
• [WFB2, p 778].
• Lockefeer, -eir, Loc(c)ufier, Locefier, Lecufier, Loquif(i)er, Lottefier, Lodefier, Lodifier, Lotfé, Lot(t)fi, Loutfi:  Pic. Loque fier, Ofr. loche fer: die de lans zwaait. Zinwoord met Ofr. lochier: zwaaien. Vgl. E. Shakespeare, Shakelance, Ndd. Schüddespeer. 1561 Hugo Locquifier, Roubaix-Aw. (AP); ±1570 Michiel Lokefier, Gent (CDT 285); 1605 Jan Lockefier, Zwg. (KW II). — Lit.: VS 1989, 189-190.  [WFB2]
• Lockefe(e)r, Lockefeir, Loekefeier: Pic. Loque fier, Fr. loche fer `die de lans zwaait'. Zinwoord met Ofr. lochier `zwaaien'. Vgl. E. Shakespeare, Shakelance, Ndd. Schüddespeer. 1561 Hugo Locquifier, Roubaix-Antwerpen; ±1570 Michiel Lokefier, Gent (Vlaamse Stam 1989, 189-190); 1598 Gideon Lokefier, Rotterdam (DM).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: