Nederlandse Familienamenbank |
| Haring | < |
Harinck Haringsma Haaring Haring, den Haringman |
verklaring:
1. Patroniem afgeleid van de voornaam Haring, die wellicht terug gaat op een Germaanse persoonsnaam met het element har/her 'leger'; vergelijk de vermelding van Haring Harings, anno 1749 in Friesland.
2. Als adresnaam met betrekking tot de haring als veelgevangen en -gegeten vis ontleend aan een huisnaam 'In de Haring', waarbij de haring mogelijk op een uithangbord was afgebeeld. Vergelijk Simon Jansz in den Haringh in 1585 in Amsterdam; het achterhuis diende als haringpakkerij.
3. Beroepsbijnaam voor een visser of viskoper.
4. Een Westfriese familie Haring met wortels in Overijssel heeft een naamsverandering ondergaan uit He(e)ring. Deze naam is waarschijnlijk ontleend aan een boerderijnaam; de etymologie ervan komt overeen met die van naamsverklaring 1.
Citeren:
Leendert Brouwer, 'Haring', in: Nederlandse Familienamenbank = CBG Familienamen, Amsterdam, Meertens Instituut / Den Haag, CBG Centrum voor familiegeschiedenis, 2000...
kenmerken:
| patroniem | adresnaam | metonymische beroepsnaam |
Veel voornamen die aan de basis van patroniemen liggen worden verklaard in de
Nederlandse Voornamenbank
specifieke componenten:
| geen affix | ing |
