Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Groot, de
< Groote, de < Groote
Grootjans
Grood, de

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Groot(en), -ens, Grote(n), Groth, Grothe(n), de Grood(t), (de) Groot(e), de Grootte, Degrot(te), Schrooten, Schroeten:  BN naar de grote gestalte. Vgl. Legrand. 1202 Willelmi Magni, Har. (DEBR. 1980); 1260 Woutren den Groten, Grauw (CG); 1281 Johannes Grote; 1326 Jan de Grote, Ip. (BEELE). Schrooten = 's Groten. 1398 Beatrise Scroten, Egem (DEBR. 1970).  [WFB2]
• Groot, (de); (de) Groote, (de) Grote, Groten: BN naar de grote gestalte. 1260 Woutren den Groten, Grauw (CG); 1376 Jhan Groet Hughs sone scepenen in Hulst; 1381 Jan de Groote, Hulst (DEBR. 1999); 1475 Adriaen de Grote, Aardenburg (VAN VOOREN 1970).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: