Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Burg, van de / den / der
< Burgh, van den / der < Burght, van der
Burch, van der
Verburgh
Borgh, van der
Burgh, van

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Borg, (van der/den); van der Borgh, van (de) Burg, van den/der Burg, van (der) Burgh, (van der) Borgt, van der Burg(h)t, Verburg(h), Verburgt: Verspreide PlN ter Borch(t)/Burch(t) `burcht, burg'. 1219 Wlfart de Burgt, ZB (OBREEN 179); 1570 Gheraert Verburch, Aardenburg (VAN VOOREN 31); 1614-42 Foort Pietersz Verburg, Kats; 1627 Maeycken Pieterse Verburg, Wemeldinge (HARTHOORN).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: