Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Burg, van de / den / der < Burgt, van de / den / der
Verburg
Burger
Burgh, van den / der
Burg, ter

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Jan Jans zoon van der Burch, verkoopt land in het ambacht van Rijswijk, genaamd de Sculenburch, 1368 (archief van het klooster Bethanië in 's-Gravenzande); Pieter Kersten zoon van der Burch, een van de geburen en ingelanden van de Noordpolder te Rijswijk, 1494 (archief van het klooster van Onze Lieve Vrouw in Nazareth te Rijswijk) [Sernee-1920, p 171, 219].
• 1. Neeltje Willems van der Burg, ged. Maasland 1673; dochter van Willem Jansz Touw van der Burg, otr. Vlaardingen 1671; nakomeling van Jan Arents Touw van der Burg, geb. ca. 1539, gezworene van Woudharnasch, Groenevelt en St. Aechtenrecht 1582, ovl. 1595; zoon van Arent Tou Jansz, geb. 1488-89, gezworene van 't Woud 1514, won. op 't Swet, ovl. 't Woudt 1541 (gehuwd met Lenaertgen Pieters de Backer); vermoedelijk een zoon van Jan Arent Touwens, Heilige Geestmeester te Naaldwijk, beleend 1464, ovl. 1497-98; zoon van Arent Touwen Jansz, ovl. voor 1464; zoon van Jan Arent Touwensz, beleend 1419; zoon van Arent Toude Claes Touwensz, geb. ca. 1375, beleend met land onder De Lier 1393; zoon van Claes Toude Aernts, geb. ca. 1345, won. onder Woudharnasch 1369, bezit samen met Jan Doude enkele grafelijke goederen onder Dijkshoorn en Woudharnasch 1354; zoon van Oude Aernt Toude, geb. ca. 1310, begr. Delft.
2. Vranck Dircksz van den Burg, kerkmeester van Lisse 1560, bouwman op Den Burg; zoon van Dirck Vranckensz (van den Burg), kerkmeester in Lisse 1515, won. ambacht Lisse, kastelein van het huis Dever 1510; zoon van Vranck Matheusz, leenman van Dever 1456 [Slootweg-1997, p 21, 138].
• Van der Burg, zoon van Heyndrick Aemsz (van der Burch), ovl. Delft 1531; zoon van Aem Heyndricksz op 't Woudt [V.A.M. van der Burg, 'Fragment-genealogie Van der Burg', in: Scyedam 17 (1991), nr 1, p 26].
• Voorouder van een familie Van der Burg: Maarten Jacobsz van der Burcht, die vanaf 1571 in de Broekpolder te Vlaardingen woonde [V.A.M. van der Burg, Geschiedenis van de Schiedamse familie Van der Burg. De katholiek gebleven tak van het middeleeuwse geslacht van der Burch, Zeist 1979; vgl. Med. CBG 34 (1980), nr 2, p 3].
• [V.A.M. van der Burg, Van der Burg, Schiedam. Vijf eeuwen geschiedenis van een Zuid-Hollands geslacht afkomstig uit Zouteveen, Rotterdam/Zeist 1998].
• [M.J. Nicasie, 'De historische ontwikkeling van Rijswijk', in: Geschiedenis van Rijswijk, Rijswijk 1997, p 24].
• Albert van der Borch, Zutphen 1606 = Albert van der Burg, 1606 = Albert van de Borch, 1607 = Albert ter Borch, 1627 [Galema-2000, deel 1, p 21].
• [P.J.M. de Baar, 'Stamreeks Van der Burg', in: GBLO 7 (1992), SR 114-119].
• Embertus v.d. Burgh, drost van Eethen en Meeuwen, lidmaat Meeuwen 1671 [Dtb Meeuwen, p 118].
• Naamsaanneming Grouw 1811: Cornelis Sybes van den Burg, ovl. 1825 als Berg, geb. te Burgum/Bergum [Hoekema-1975, p 270].
• Aalbert Jansz (Kamperveen 1790-Kampen 1862) nam in 1811-12 de familienaam Van den Burg aan; hij was een zoon van Jan Teunisz & Aaltje Aalberts Koers wonend op De Zande. Het is onduidelijk waarom Aalbert deze familienaam heeft aangenomen. Hoewel hij aan de andere kant van het water tegenover de Burgwal van Kampen, aan de Vloeddijk, is overleden, woonde hij daar vermoedelijk nog niet aan het begin van de 19e eeuw [Peter van den Burg, 'Een boerenfamilie in Wezep in de twintigste eeuw', in: Uth het Oulde-Bruck 22 (2002), nr 1, p 17].
• [R. Regouw, De stamreeks van Jan Gerben van der Burg, geb. Overschie 22 jan. 1923, 's-Gravenhage 1993].
• Over het begrip burg/burcht:
- [J. van Loon, 'Typologie van de middeleeuwse namen op -burg in de Nederlanden', in: Naamkunde 31 (1999), nr 3-4, p 139-156].
- "Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat in middeleeuwse bronnen het begrip 'burcht' altijd doelbewust gebruikt wordt. Dat is een gebouw, waarin men niet alleen iets kon 'bergen' omdat het een weerbaar gebouw was, maar dat bovendien een 'bergende' en beschermende functie had ten opzichte van een daarbij behorende nederzetting." Synoniem is het woord 'slot', 'huis' is een algemener woord voor een weerbaar middeleeuws gebouw (zowel adellijke huizen als burchten), en het woord 'kasteel' is een begrip dat pas in de 16e eeuw in zwang raakt [Frankewitz-2001, p 186].

afkortingen en bibliografische notaties: