Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Meijde, van der (y)
< Ameijde, van (y) < Ameijden, van (y)
Ameide, van
Nepveu tot Ameijde (y)
Meij, van ter

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Pieter van der Ameyde, deken van het timmermansgilde Gorinchem 1726 [Maanen van-2001, p 59].
• Betreffende de plaatsnaam Ameide, gem. Zederik ZH:
- 1266 Ameyde; waarschijnlijk identiek met mnl. (h)ameide = 'slagboom, hekwerk, al wat tot afsluiting dient'. In Zuid-Nederland (Vlaanderen en Brabant) komt het regelmatig als toponiem voor, meestal als benaming voor velden of hoeven die met een hamei waren afgesloten [Van Berkel & Samplonius-1995, p 6].
• Ameyde, van; van Ameijde, Amey(e):  PlN Ameide (ZH). Mnl. (h)ameide, amede, hameye: boom, slagboom, afsluiting, afgesloten ruimte, gehucht. Vaak gezegd van velden of hoeven, naar de hamei waarmee ze afgesloten waren. 1190-1209 Lismodis filia Didele de Amede; 1227 Walterus de Hameden (GN); 1252 a Gertrude relicta Ghilberti Hameide; 1387 met Jacob Ameyden = 1388 Jacoppe van Hameyden, Ktr. (DEBR. 1980, 1970). Zie ook Hamaide. — Lit.: MVN 1953, 35. — LG 1980, 144.  [WFB2]

afkortingen en bibliografische notaties: