Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Potjewijd
< Pottjewijd

kenmerken:
adaptatie

adaptatie

Vóór de vastlegging in hun definitieve vorm bij de invoering van de burgerlijke stand in de eerste helft van de 19de eeuw waren familienamen nog aan verandering onderhevig. Registratie vond vaak op het gehoor plaats: een klerk of kerkelijke dienaar noteerde een naam in een akte of schrift zoals hij een naam verstond. Dat wil zeggen zoals hij een naam thuis kon brengen in zijn namenwereld. Veel comparanten beheersten de schrijfkunst niet, zodat zij hem niet konden helpen. Men kan zich voorstellen dat vooral namen die van verre kwamen problemen opleverden in uitspraak en schriftelijke weergave. Buitenlandse namen werden veelal getransformeerd in een Nederlandse vorm. Dat kon op betrekkelijk eenvoudige en doorzichtige wijze gebeuren (Wetselaar < Wezlar, Caljouw < Cailloux, Brus < Bruce), door vertaling (Zuurdeeg < Sauerteig, Cannegieter < Kannegiesser) of volgens een 'volksetymologisch' procedé waarbij namen associatief aan herkenbare woorden gingen beantwoorden (Piekhaar < Picard, Schattelijn < Chatillon, De Nijs < Denis, Traanboer < Traunbauer, Stokje < Stöcky). Soms werd een buitenlandse naam op volstrekt onnavolgbare wijze 'aangepast': de buitenlander was onverstaanbaar en/of de klerk raakte de kluts kwijt, zoals bij Roetcisoender uit Rutischhausen.

• "Volksetymologie is een niet zo gelukkige naam voor een taalverschijnsel dat niets met etymologie, maar alles met taalpsychologie te maken heeft. Een onbegrepen of ondoorzichtig woord wordt met een bekend woord geassocieerd en a.h.w. geherinterpreteerd. Het schoolvoorbeeld is hangmat < Fr. hamac < Spaans hamaca" [Frans Debrabandere, 'Volksetymologie in namen', in: Nederlands van Nu 48 (2000), nr 4, p 60-62].
• "Iedere taal is gekenmerkt door een eigen manier van uitspraak, heeft zijn eigen klanken, het Nederlands ook, dus spreken we Engelse of Franse woorden uit op zijn Nederlands. Als wij een woord uit een andere taal overnemen, passen wij het aan onze taal aan en 'vervormen' het vaak. (...) Een beefsteak noemen wij biefstuk en cornedbeef spreken we uit als /kornèdbief/" [EWN-I, p 16].
• "Da Migration immer stattgefunden hat, sind im Laufe der Jahrhunderte zahlreiche Bewohner deutschsprachiger Länder in niederländisches Gebiet eingewandert. Vor etwa 1800 war der Familienname noch nicht zu etwas Unabänderlichem erstarrt. Er konnte z.B. übersetzt werden. So wurde der berühmte Maler Hans Memling (1433-1494) aus Mömlingen bei Aschaffenburg (Bayern) in Brügge 1465 als Bürger mit der niederländischen Namensform Jan van Mimnelinghe registriert. Sein Herkunftsort Seligenstadt wurde als Zaleghenstat übersetzt. Das war auch später noch mit vielen deutschen Familiennamen der Fall, besonders in niederländisch-sprachigen Gebieten, weil das Sprachverständnis bei verwandten Sprachen kein grosses Problem war. In anderen Fällen wurde der fremde Name an das niederländische phonologische System angepasst. Selbstverständlich spielte die Volksetymologie dabei eine grosse Rolle" [Frans Debrabandere, 'Deutsche Familiennamen in den Niederlanden', in: Namenkundliche Informationen (2007), nr 91-92, p 129-138].
• [Brouwer-2012].
• Omzetting Frans-Nederlands --- Om deze namen te herkennen en te kunnen analyseren is het belangrijk om uit te vinden hoe de Franse klanken zijn overgezet naar het Nederlands. Daar zijn wat algemene principes voor, maar een zekere mate van creativiteit is daarvoor eveneens vereist [Leienaars-2017, p 18].

afkortingen en bibliografische notaties: