Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Vlaanderen
< Vlaming < Vlaming, de
Vleeming
Flameling

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• [Ann Marynissen, 'De Brabander, Brabers of Van Brabant? Over de lexicale en grammatische motivering van Nederlandse inwoners- en gebiedsnamen', in: Leuvense Bijdragen 92 (2003), nr 3-4, p 239-255].
• Gerard Flamens (ca. 985-na 1033), kreeg in 1021 van keizer Hendrik II Wassenberg in leen, vermoedelijk behorend tot de familie van graaf Arnold van Valencijn (Valenciennes), overgrootvader van Gerard I van Gelre [Jahn-2001, p 31; vgl. p 51 (Peter Schiffer): "De voorouders van de graven van Gelre kwamen als vreemdelingen in het gebied aan de Nederrijn; de stamvader van het geslacht, Gerhardus flamens, werd er rond 1020 door de keizer geïnstalleerd. Hij was door rivaliserende adelsgeslachten uit Vlaanderen verdreven en moest elders weer een eigen territorium zien te opbouwen"; vgl. p 101].
• "Zoals bekend stamden de graven van Gelre van een zekere Gerard Flamens af, die omstreeks 1035 samen met zijn broer Rutger zijn toevlucht zocht bij de keizer van het Duitse Rijk Koenraad II en door deze gastvrij werd opgenomen. Rutger werd beleend met Kleef en Gerard met Wassenberg. Hoewel men nu zou verwachten dat diens geslacht zich vooral in die omgeving zou ontplooien, dus in het huidige Limburg, werd het zwaartepunt alras verlegd naar de Veluwezoom en de Neder-Betuwe. Hier trad een 'Vlaamse graaf' Gerard in 1052 op in Renkum en Teisterbant (vermoedelijk Zoelen-Avezaath) ..." [Johanna Maria van Winter, 'Adel en ridderschap in de middeleeuwen', in: Bijdragen Felua 3 (1994), p 13-21].
• [Hein H. Jongbloed, 'De Flamenses in de elfde eeuw. Oorsprong en ontplooiing van het Gelderse gravenhuis', in: BM Gelre 99 (2008), p 27-90].
• Item Hannekine Vlaminghe 10 sol van sinen arebeide - uitgaven Dordrecht 1283-84. Item Hannekine Vlaminghe in die Haghe 14 d. Jan Vlaminc - 1284-85 [Stadsrek. Dordrecht 1283-87, p 10, 14, 29].
• Niclays den Vlaminc, kapelaan te 's-Gravenzande, 1348 (archief van het klooster Bethanië in 's-Gravenzande) [Sernee-1920, p 219].
• Niclais Vlaminc, kapelaan, ovl. Brugge 1484-88 [Memorielijst beeldenmakers-zadelaars Brugge 1475-1494, p 306].
• Hans Vlamingh, lakenkoper, poorter Amsterdam 1579, aangeslagene bij de capitale impositie van 1585 te Amsterdam [Dillen van-1941, p 56].
• Gerrit Symonsz Vlaming, 1667 doop Oosterend, Texel (voorvader van de meeste personen met de naam Vlaming op Texel; zoon van Symen Pietersz, die een zoon was van Pieter Symsz Smit & Neel Gerrits, die een dochter was van Gerrit Hendriksz Vlaming [Dijt-1962, p 192].
• [Tanneke Schoonheim, 'Autochtonous names in the Dictionary of Early Middle Dutch', in: Proceedings of the XVIIth International Congress of Onomastic Sciences, Helsinki 13-18 August 1990, volume 2, Helsinki 1990, p 336].
• Jan Joosten Vlamingh, Huisduinen 1636 [Schoorl-1998, p 78].
• [F. Claes, 'Herkomstnamen en immigratie in Diest tot 1400', in: Naamkunde 30 (1998), p 123].
• [Vaan de-2017, 510].
• Vlaminck, Vlaming, Vlaeminck, Vlaeming, Vleming, Vlijminck: Volksnaam Vlaming, oorspronkeluijk de bewoner van het kustland, het originele Vlaanderen `overstroomd gebied'. 1266 Hugonem dictum Vlamingh, Z (Obreen 218); 1369 tsieghen Willem Vlaminghe Laureyns sone = Willem Vlaminc Laureyns zone, Hulst (DEBR. 1999); 1472 Cornelis Vlaminc, Aardenburg (VAN VOOREN 31).   [WFZ]
• Zie VLAMINC in het Vroegmiddelnederlands woordenboek [VMNW].

afkortingen en bibliografische notaties: