Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Rossum, van < Rossem, van
Rossum
Roshum, van

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Maarten van Rossum (1478-1555), Gelderse veldheer, vanaf 1518 in dienst van Karel van Gelre [Jonathan I. Israel: De Republiek 1477-1806, Franeker 1997].
• Hendrick Willemsz van Rossum, huw. Wijk bij Duurstede 1691, enz. [K.J.W. van Rossum, Van Rossum. Genealogie van een Stichts geslacht 1691-1991, Nijmegen 1992; vgl. Meded. CBG 47 (1993), nr 3, p 89].
• Johannes Cornelis van Rossum (Den Bosch 1736-Maaseik 1821); vader van Peter Martijn van Rossum (Maaseik 1767-Ommen 1844), militair te Ommen; vader van Johannes van Rossum (Ommen 1799-Assen 1873) [Op 't Spoor. Hist. Ver. Gasselte 5 (1996), p 28].
• Hendrik Peters van Rossum, ovl. Gorinchem 1657 [Slootweg-1997, p 104].
• Lijda van Rossum, test. Buren 1624, dochter van Adriaan van Rossum, gehuwd met Cornelis Rijksz, geërfde in Asch 1580; zij zijn de voorouders van 1. Adriaan van Rossem, lidmaat te Asch 1686, ovl. Erichem 1737-39; 2. Willem van Rossum, lidmaat te Asch 1692, begr. Asch 1750; 3. Jan Adriaansz. van Rossum, zich noemende Vermeulen, schepen van Buren 1672-1676, gehuwd met Elisabeth van Beest, een dochter van Adriaan van Beest en Hendrikje Hendriksz Vermeulen [NP (2000-01), p 276-401].
• [M. Witteveen e.a., Een pronkstuk in Zaltbommel. Maarten van Rossem, zijn huis en het museum, Zaltbommel 2005].
• [Guus van Breugel, 'Terroris terror', in: Gen.Magazine 24 (2018), nr 3, p 74-75].
• Rossem, van; van Rossum, (van) Rossen: PlN Rossem in Wolvertem (VB) of in Noorderwijk (A); ook Rossum (G, OIJ) en Rothem, Rottum bij Goch. 1224-26 Gerard van Rossem (Rothem, Roteim, Rothen), Gelder (NL 70 (1953), 134); 1362 Jacobus de Rossem; 1394 Henric van Rosseem, Noorderwijk (WF); 1478-1555 Maarten van Rossum, Gelder (DM).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: