Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Cate, ten < Kate, ten
Caat, ten
Bruggencate, ten
Caten, ten
Naudin ten Cate

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• [C.L. ten Cate, 'De familienaam Ten Cate in verband met kate, kote, kotte e.d. als oeroude benamingen voor een huis', in: DMB 31 (1979), p 1-25].
• Item dat Catesgoet [Leenmannen Utrecht 1379, p 69].
• Geert Thonnissen then Cate aan de Pepperstege, Borne 1647 (nakomeling van Gerrit ten Cate, ca. 1500, vgl. genealogie van C.L. ten Cate) [M.G.E. van Harten-Fransen, Grepen uit de historie van Borne, 2, Borne 1987, p 102].
• Afbeelding van portret van Wolter ten Cate (1701-1796), die uit een oud doopsgezind Twents geslacht stamde, waarvan de vroegst bekende leden thuiswevers waren. Wolter werd een van de grondleggers van de Twentse textielindustrie [Wederdopers, menisten en doopsgezinden in Nederland, 1530-1980, onder red. van S. Groenveld, J.P. Jacobszoon, S.L. Verheus, Zutphen 1993 (3e druk), p 205].
• [M.C. van Hoorn, 'Ten Cate's in Groningen', in: Gruoninga (1979), nr 2, p 52].
• Wolter ten Cate (Hengelo 1701-1796), zoon van Hendrik Hendriksz ten Cate, bakker en linnenreder uit Goor (huw. Goor 1698) [F.C. Walhof, 'Wolter ten Cate', in: Oald Hengel 25 (2000), nr 6, p 185-186].
• Grietje Izaäks ten Cate (Hoogzand ca. 1782-Groningen 1842); dochter van Izaäk Abrahams ten Cate [B. van Dooren, P.J.C. Elema, J. Rientjes & A.J. Stasse, '30 kwartieren van Gerard van het Reve / Gerard Reve (1923-2006)', in: GN 61 (2006), nr 10, p 601-603].
• Kate, ten; ten Cate, ten Kaate, Kaat, ten Katen: PlN Kat `kade, aarden wal'; Kate `kleine boerenwoning, hut, huisje'. ­ Lit.: C.L. TEN CATE, De familienaam Ten Cate in verband met Kate, Kote, Kotte e.d. als oeroude benamingen voor een huis. Driemaandelijkse Bladen 31 (1979), nr. 1. ­ H. BUITENHUIS, Nk. 11 (1979), 336-337.   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: