Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Kok, de
Kock
< Kock, de < Cock, de
Kockmann

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Cornelis Lambrechtsz de Kock, geb. Zegwaard, ged. Zoetermeer 1589; zoon van Lambert Jansz de Cock, wever, weesmeester van Zegwaard, ovl. na 1631 [Slootweg-1997, p 105].
• Laurens de Kock (Halsteren 1753-1831) [Bergs kwartierstatenboek-1998, p 58].
• Petrus de Kock (Halsteren 1782-Steenbergen 1867) ['Kwartierstaat Johannes en Josephus Heijnen', in: De Vrijheijt van Rosendale 36 (2015), nr 67, p 43].
• Kok, (de); (de) Kock, (de) Cok, (de) Cock, de Cocq, le Co(c)q, Koks, Ko(k)x, Cox: 1. BerN van de kok. 1360 Diederic de Coc ... doen hi coecte, Leuven (WF); 1381 Calle Scox; Pieter de Koc, Hontenisse (DEBR. 1999); 1424 Jan de Coc filius Jans, Vlissingen (PARM.); 1475 Willem de Coc, Aardenburg (Van Vooren 1970). ­ 2. BerN Mnl. coc, scarpcoc `beul, scherprechter'. 1404 Peteren de Koc, scarprechtere, Brussel (WF). ­ 3.Le Cocq kan een vertaling zijn van de Cock, maar de Cock is ook soms vertaald uit Lecocq `de haan'. 1398 Hendrick de Cock (zoon van) H. de Châtillon dit le Coq. Het wapenschild van de families De Cock vertoont vaak een haan (med. L. de Kock, Bilthoven).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties: