Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Sluiter < Sluijter (y)
Sluiters
Slooter
Boomsluiter

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Thomas Sluter, 1306. De baljuw verbleef bij hem; niet wordt vermeld waar dat was, maar auteur vermoedt in Vreeland. "De naam Sluter duidt op een landsheerlijke functie: een portier of gevangenbewaarder, of een domaniale beheerder of opzichter van de voorraadkamer van de heer. [...] Daarmee is mogelijk ook het probleem van de naamgeving van Thomas opgelost. Hij heette Sluter, omdat hij het bisschoppelijk slot Vreeland bewaakte, althans daar namens de bisschop de congiërge, de opzichter en de gevangenbewaarder was." [Verkerk-1996, p 28].
• Werner Sluter; Henric Sluter, Zwolle 1399 [Maandrek. Zwolle 1399].
• Slotenmaker [J. Kempkens, 'Verdwenen en verdwijnende ambachten', in: Roerstreek (1978), p 131].
• [Meertens-1951, p 38].
• Claus Sluter, geb. Haarlem ca. 1360, in 1385 te Brussel vermeld als Claes de Slutere van Haarlem, vanaf 1384 beeldhouwer aan het Bourgondische hof [S. de Backer, 'Claus Sluter, Nederlands' roem in Bourgondië', in: Jb. Zannekin 17 (1995), p 5-24].
• Sluijter(s), Sluiter(s), Sluters, Schlüter, Sleijter, Slijters - mnl. sluter: portier, concierge, gevangenbewaarder. Jan de Slutere, Lier 1420; Everardus dictus de Sluytere, Brussel 1475 [WFB].
• Frerick Sluiter, kramersgilde Zutphen 1594-1631 = Freryck Slutter, 1607 (= Freryck ... kanneghieter, 1609) [Galema-2000, deel 1, p 122].
• [Aggie Daniëls, 'Van Sluiter tot Stapelbroek', in: De Ganzeveer(207), nr 80, p 10-15].
• De sluiter was iemand die (af)sloot. Hierbij kunnen we eveneens aan de algehele bewaking van een kasteel denken. Zo beheerde ene Thomas Sluter in 1306 het slot Vreeburg. Een sluiter kon ook een portier of gevangenbewaarder zijn. Die laatste functie kwam overeen met die van een stokker. Berent Johansz. werd in 1483 stockmeister (gevangenbewaarder) in Kampen. Vanaf 1519 heet de gevangenwachter Berent Stocker [OT kalender 2000].
• SLUITER, znw. m. Mnl. sluter(e). Van Sluiten met -er. 1) Iemand die iets sluit (zonder de gedachte aan een beroep). Thans van personen het eenig, doch weinig voorkomend gebruik. 2) Poortwachter, portier. 3) Gevangenbewaarder; bepaaldelijk in toepassing op ondergeschikten van den cipier. 4) Keldermeester. In dit gebruik eenmaal aangetroffen, verg. echter VERDAM [WNT].
• Sluiter, Sluijter(s), Schlütter: Mnl., Mnd. sluter `portier, conciërge, gevangenbewaarder, keldermeester'.   [WFZ]
• Zie SLUTERE in het Vroegmiddelnederlands woordenboek [VMNW].

afkortingen en bibliografische notaties: