Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Kok
< Cox < Kox
Cochius
Coox
Wilcox

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• "De naam is een verbastering van Cocceius, een verlatinisering van Kock/Cock/Koch. In deze genealogie staat de familie Cox centraal die Marsilius Koch uit Roermond als stamvader heeft. Hij werd in 1605 als lid benoemd van de kerkeraad van de Kleefse reformierte Gemeinde. Een Nederlandse tak ontstond toen Johann Herman (1782-1834) naar Amsterdam vertrok" [J.G. Cox, Genealogie van de familie Cox afkomstig uit Kleef, z.p. 1993; vgl. Genealogie-CBG 1 (1995), nr 2, p 39].
• Christophorus Cox, in de 17e eeuw dagloner en landbouwer te Maasniel [G.M.J.M. Cox, Stamboom familie Cox te Maasniel, Montfort en Echt-Pey, Roosendaal 1997; vgl. Genealogie-CBG 4 (1998), nr 4, p 102].
• Kok, (de); (de) Kock, (de) Cok, (de) Cock, de Cocq, le Co(c)q, Koks, Ko(k)x, Cox: 1. BerN van de kok. 1360 Diederic de Coc ... doen hi coecte, Leuven (WF); 1381 Calle Scox; Pieter de Koc, Hontenisse (DEBR. 1999); 1424 Jan de Coc filius Jans, Vlissingen (PARM.); 1475 Willem de Coc, Aardenburg (Van Vooren 1970). ­ 2. BerN Mnl. coc, scarpcoc `beul, scherprechter'. 1404 Peteren de Koc, scarprechtere, Brussel (WF). ­ 3.Le Cocq kan een vertaling zijn van de Cock, maar de Cock is ook soms vertaald uit Lecocq `de haan'. 1398 Hendrick de Cock (zoon van) H. de Châtillon dit le Coq. Het wapenschild van de families De Cock vertoont vaak een haan (med. L. de Kock, Bilthoven).   [WFZ]

afkortingen en bibliografische notaties:

website:
http://www.inevandenmunckhof.nl/Cox.htm